Executieve functies bij autisme
Executieve functies (EF) zijn een verzameling van hoger-orde cognitieve processen die doelgericht gedrag mogelijk maken. Belangrijke onderdelen van de executieve functies zijn onder andere het werkgeheugen, impulscontrole en cognitieve flexibiliteit. Deze vaardigheden helpen leerlingen taken te plannen, informatie vast te houden en te gebruiken, impulsief gedrag te remmen en bij te sturen als omstandigheden veranderen.
Mijn stageklas, groep 4 van SO Thriantaschool in Emmen, kent een aantal leerlingen met autisme. Ik merk tijdens mijn lessen, activiteiten en observaties dat deze leerlingen soms veel moeite hebben met deze processen, waardoor zij zich niet optimaal kunnen ontwikkelen. Graag doe ik hier daarom meer onderzoek naar, zodat ik ook deze leerlingen kan helpen zich optimaal te ontwikkelen.
Onderzoeksvraag
Hoe kan ik, door middel van doelgerichte strategieën en werkvormen, bijdragen aan het ontwikkelen en versterken van executieve functies bij leerlingen in de middenbouw van het speciaal onderwijs, zodat zij zelfstandiger en succesvoller kunnen deelnemen aan het onderwijs?
Hoe uiten EF-problemen zich bij autisme?
Bij mensen met een autismespectrumstoornis (ASS) komen beperkingen in de executieve functies relatief vaak voor, maar de ernst en het patroon verschillen sterk tussen de individuele leerling. Onderzoek toont aan dat kinderen met meer autistische kenmerken gemiddeld slechter presteren op opdrachten die het werkgeheugen, flexibiliteit en inhibitie meten dan kinderen zonder ASS. Dit betekent dat sommige leerlingen moeite hebben met het vasthouden van instructies in het kortetermijngeheugen, met overschakelen naar een andere taak of met het onderdrukken van een onmiddellijke impuls (Van Esch, 2022). Belangrijke punten hierbij zijn:
- Werkgeheugen: Deze leerlingen hebben moeite om meerdere instructies tegelijk vast te houden of tussen stappen te schakelen, waardoor meerstapsopdrachten lastig zijn (Universiteit Leiden, 2017).
- Cognitieve flexibiliteit: Deze leerlingen kennen veel weerstand tegen verandering, hebben moeite met aanpassen van strategieën of het accepteren van onverwachte weendingen. Dit kan zich uit in heftige reacties op aanwijzingen (Autisme Kennisbank, 2015).
- Emotieregulatie en Inhibitie: Deze leerlingen handelen impulsief of hebben sterke emotionele reacties wanneer iets niet volgens verwachtingen verloopt. Dit kan lijken op koppigheid, maar is in werkelijkheid vaak een regulatieprobleem (Van Esch, 2022).
Niet alle leerlingen met een autismespectrumstoornis hebben duidelijke of gelijksoortige tekorten in de executieve functies. Verschillen in IQ, comorbide problemen, zoals ADHD, motivatie en onderwijsomgeving beïnvloeden de prestaties op de executieve functie-taken. Ook onderzoek binnen speciale onderwijssettings laat zien dat in sommige populaties de verschillen kleiner zijn, wat benadrukt dat context en ondersteuning een grote rol spelen in het zichtbaar worden van problemen bij de executieve functies (Plomp, 2020).
In de klas uiten de problemen rondom de executieve functies zich vaak op het zelfstandig werken, vergeten van materialen of stappen, het niet op tijd beginnen met taken, snel boos zijn bij onverwachte taken en moeite hebben met het plannen van langere opdrachten. Dit heeft effect op de leerresultaten en sociale participatie, bijvoorbeeld groepswerk (NJI, 2023).
Hoe help ik deze leerling?
Je kunt hier gericht aan bijdragen door executieve functies expliciet aan te leren, te oefenen en structureel terug te laten komen in je onderwijs. In het speciaal onderwijs in de middenbouw is voorspelbaarheid en herhaling daarbij essentieel.
Begin met het aanbrengen van duidelijke structuur. Werk met vaste dagritmes, visuele dagplanningen en stappenkaarten. Benoem steeds wat het doel is van een taak, wat de eerste stap is en wanneer een taak af is. Hierdoor ondersteun je planning en taakinitiatie en weten leerlingen wat er van hen verwacht wordt.
Maak executieve functies zichtbaar en bespreekbaar. Leg in eenvoudige taal uit wat plannen, doorzetten of stoppen en nadenken betekent. Koppel dit aan concrete situaties in de klas. Door hardop te denken tijdens instructie laat je zien hoe je een taak aanpakt en hoe je omgaat met fouten of afleiding.
Kies werkvormen waarin leerlingen kunnen oefenen met kleine, haalbare stappen. Denk aan taken opdelen, werken met een time timer of werken met een keuzekaart. Zelfstandig werken in korte blokken helpt leerlingen succeservaringen op te doen en hun aandacht vast te houden. Bouw de zelfstandigheid langzaam op en bied ondersteuning waar nodig.
Gebruik spel en bewegend leren om executieve functies te trainen. Spellen waarin wachten op je beurt, regels volgen of plannen centraal staat zijn zeer effectief. Samenwerkingsopdrachten leren leerlingen om hun gedrag te reguleren, te overleggen en verantwoordelijkheid te nemen, mits de rollen en verwachtingen duidelijk zijn.
Geef gerichte feedback op het proces in plaats van alleen op het resultaat. Benoem concreet welk gedrag helpend was, zoals goed doorzetten of rustig opnieuw beginnen. Hierdoor leren leerlingen hun eigen handelen herkennen en sturen.
Tot slot is het belangrijk om consequent te zijn en samen te werken met collega’s en ouders. Wanneer strategieën en afspraken op meerdere momenten en plekken terugkomen, krijgen leerlingen de kans om vaardigheden te automatiseren. Zo vergroot je stap voor stap hun zelfstandigheid en hun succes in het onderwijs.
Er zijn verschillende aanpakken die leraren kunnen inzetten om de executieve functies van leerlingen met ASS (autismespectrumstoornis) in het primair onderwijs te verbeteren. Hieronder staan drie aanpakken beschreven.
- Mindfulness kan de executieve functies van leerlingen met ASS mogelijk verbeteren. Kinderen leren dan met activiteiten als ademhalingsoefeningen, meditatie en yoga hun aandacht te reguleren en te richten op de taak. Zo leren ze beter om te gaan met afleidingen en impulsiviteit. Meerdere onderzoeken laten positieve resultaten zien naar aanleiding van mindfulness. Echter worden deze positieve ervaringen maar kort na de interventie zichtbaar duidelijk. Het is nog onduidelijk of deze effecten op langere termijn te behouden blijven. Daarvoor is het mogelijk dat de mindfulness-oefeningen langer moeten worden voortgezet.
- Cognitief-gedragsmatige trainingen, gericht op de executieve functies, kunnen goed uitpakken voor leerlingen met ASS. Dit bevat verschillende technieken, zoals modelleren, bekrachtigen, scaffolding en zelfinstructie.
- Digitale, gerichte oefenprogramma's kunnen leerlingen met ASS helpen. Ouders zien bij deze programma's vaker de positieve effecte dan leraren.
(NRO, 2025).
Maak jouw eigen website met JouwWeb